Brandweergeschiedenis: De hervorming van de Brandweer 1672-1685

De hervorming van de Brandweer 1672-1685
Nadat Amsterdam overstapte van de Hautsch brandspuit naar de slangenbrandspuit reorganiseerde Jan van der Heyden gelijk de brandweer.

Brand bij Blaeu

In de koude winter van 1672 brandde de drukkerij 'De Negen Muzen' (met negen drukpersen) in Amsterdam af. Het maakte deel uit van het bedrijf van de familie Blaeu dat wereldberoemde atlassen produceerde.

De drukkerij bevond zich in een smal steegje bij de Nieuwe Kerk. De grote Hautsch brandspuiten konden er nauwelijks bij en waren daardoor weinig effectief. Bovendien zorgde de extreme kou ervoor dat de het water bevroor. De Hautsch brandspuit was daar kwetsbaar voor, aangezien de pomp een onderbroken straal water leverde. Getuige van de brand was Jan van der Heyden die er in zijn brandweerboek van 1690 een verslag van gaf. De Hautsch brandspuiten die niet dicht bij de brand konden komen en die bovendien bevroren.

De chaos die in de smalle straatjes ontstond. Mensen die atlassen probeerden te redden. Burgers met emmers en ladders en de grote Hautsch brandspuiten zaten elkaar in de weg. In de woorden van Van der Heyden in zijn brandweerboek uit 1690:

'Terwijl dus de eene spuit voor en de andere na bevroor, verzwaarde de brand niet weinig (...) en maakte groote verleegentheit en vluchting onder de buuren; elk trachte zyne goederen te bergen, maar de straaten waaren zo bezet van spuiten, ladders en ander zwaare gereedschappen, dats’ er niet als met groote moeite en confusie, ten deele door, ten deele overheen, konden geraaken.

Dat hielp voort alles in verwarring, de ryen volk die ’t water overgaven, overhoop, d’emmers onder de voet, en ’t volk van de spuiten af: tot datze alle bevroren en onbruikbaar geworden zynde, men geheellyk van ’t blussen af zach.'

Joan_Willemsz_Blaeu_AM2

Van der Heyden slangenbrandspuit

Rond de tijd van de brand bij Bleau in 1672 had Van der Heyden zijn eigen revolutionaire handbrandspuit ontwikkeld. Door zijn uitvinding van de brandslang waren er nog minder mensen nodig dan bij de brandspuit van Hautsch.

Ook de menselijk ketens die emmers van het water naar de waterspuit doorgaven waren nu overbodig geworden. Bovendien maakte de brandslang van de brandspuit naar de brand het blussen veel veiliger en effectiever.

De stad Amsterdam zag dat in en verving de Hautsch brandspuiten door de slangenbrandspuiten van Van der Heyden.

Hervorming brandweer

Jan van der Heyden veroorzaakte samen met zijn broer Nicolaas en zoon Jan in de jaren 1672-1685 voor een enorme omslag bij de brandweer.

De familie Van der Heyden leverde niet alleen hun brandspuiten aan Amsterdam, maar kreeg ook de gelegenheid van de stad om de brandweer te hervormen.

De stad werd door de familie Van der Heyden verdeeld in zestig wijken. In elke wijk werd een slangenbrandspuit geplaatst in een brandspuithuisje met nauwkeurig beschreven toebehoren.

Bij elke brandspuit hoorden twee brandmeesters, twee assistenten en 36

MP10.137b.JPG

Penningen en premies

Bij de hervorming van de brandweer in Amsterdam in 1682 introduceerde de familie Van der Heyden een nieuw onderscheidingsteken: de brandspuit-penning.

De nieuwe brandweer bestond namelijk niet meer uit de verplichte deelname door gildes en buurtbewoners. Die werden vervangen door 36 gespecialiseerde geaffecteerden per brandspuit, letterlijk 'aangewezenen'.

De (wijk)brandmeesters zorgden voor de werving van de geaffecteerden. Het was een populaire functie. Er was een premie- en boetestelsel bij de nieuwe brandweer. Die premies waren aanlokkelijk voor Amsterdammers om wat bij te verdienen.

Iedere geaffecteerde kreeg een penning met twee nummers, dat van de wijk en een eigen nummer tussen de 1 en 36 (het maximum aantal geaffecteerden dat nodig was bij een brandspuit).

De geaffecteerde kreeg met de penning toegang tot het terrein waar de brand in zijn wijk woedde. Daarna leverde hij de penning bij zijn brandmeester.

Met behulp van deze penningen kon de brandmeester bepalen wie er aan- of afwezig waren geweest. En zo kon hij de premies en boetes onder zijn geaffecteerden verdelen.

Andere brandweerorganisaties buiten Amsterdam gingen de penning ook gebruiken. Dit soort penningen zijn nog eeuwen gebruikt bij de nachtwacht, de politie en bij de Amsterdamse brandweer.