Politiegeschiedenis: Rijksveldwachters en rechercheurs

In de periode 1830-1860 volgt uitgebreide wetgeving op het gebied van de bevoegdheden en taken van de overheid met betrekking tot de handhaving van de rechtsorde: Grondwet, Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en de Gemeentewet. Door onrust van de burgerij is er  dringend behoefte aan meer politie. Zo ontstond het Korps Rijksveldwacht en later de Rijksrecherche.
Korps Rijksveldwacht

Kom van alles te weten over de politiegeschiedenis bij Veiligheidsmuseum PIT.

Wetboek van Strafvordering van 1830

Het Wetboek van Strafvordering van 1830 vervangt de Franse Code d'Instruction Criminelle en introduceert het stelsel van "wettig en overtuigend bewijs" voor de constatering van overtredingen en misdrijven; het bewijs is dikwijls alleen op grond van verklaringen van politieambtenaren te verkrijgen. Van een voldoende aantal, het niveau en de betrouwbaarheid van deze ambtenaren hangt dus de rechtszekerheid van de burgers rechtstreeks af. Het Wetboek van Strafvordering (van 1830, en de herziene, uitgebreide versie van 1921) regelt de opsporingsbevoegdheid voor politieambtenaren. Als opsporingsambtenaar mogen politiemensen voortaan hun processen-verbaal opmaken,die volledige bewijskracht hebben voor de onafhankelijke rechter. Ook bepaalt het wetboek welke politieambtenaren mogen optreden als hulpofficier van justitie (met ruimere bevoegdheden met betrekking tot het opleggen van dwangmiddelen). 

Gemeentewet

De Gemeentewet van 1851 belast de Commissaris van de Koningin en in meerdere mate de burgemeester met de plaatselijke, dus gemeentelijke politiezorg

  • Gemeentepolitie: politieambtenaren met bijzondere opsporingsbevoegdheid, beperkt tot bijzondere wetten en plaatselijke verordeningen binnen het grondgebied van de gemeente. Gemeentepolitie is ondergeschikt aan het bevoegd gezag van de burgemeester; benoemingen en opstelling van de ambtsinstructie geschieden door de burgemeester. Door aanstelling als onbezoldigd gemeenteveldwachter kan algemene opsporingsbevoegdheid binnen de gemeente van aanstelling verkregen worden;
  •  Gemeenteveldwacht: politieambtenaren met algemene opsporingsbevoegdheid voor alle strafbare feiten binnen het grondgebied van de gemeente, ondergeschikt aan het bevoegd gezag van de Commissaris der Koningin, die de veldwachters benoemt en doorgaans de ambtsinstructie voor de gemeenteveldwachters (voor de provincie in haar geheel) vastlegt. 

Gemeentelijke Politiezorg en Rijkspolitiezorg

De Gemeentewet van 1851 regelt de gemeentelijke politiezorg en kondigt regelingen voor de rijkspolitiezorg aan. Het Rijkspolitiebesluit van 1852 bepaalt dat de Rijkspolitiezorg een taak is van de rijksoverheid, maar de regering en volksvertegenwoordiging kunnen het vooralsnog niet eens worden over de uitvoering van die Rijkspolitiezorg. De officieren, onderofficieren en aangewezen manschappen van de Marechaussee krijgen weliswaar algemene opsporingsbevoegdheid voor het hele rijksgebied (Wetboek van Strafvordering), maar het Wapen telt in zijn geheel ongeveer 400 militairen; plannen voor een forse uitbreiding van de sterkte en daarmee hogere kosten vormen een twistpunt tussen de departementen van Justitie en Defensie. 

Rijksveldwachters-rechercheurs

Daarom start in 1858 het Korps Rijksveldwacht, meteen na de officiële formatie, met grootschalige werving om een sterkte van 700 man te bereiken. De rijksveldwachters verkrijgen de algemene opsporingsbevoegdheid, geldend voor het gehele rijk. Het korps wordt onderverdeeld in 9 districten met rond de 130 brigades. Verder worden rijksveldwachter-rechercheurs aangesteld; in 1897 wordt deze recherchedienst omgedoopt in Rijksrecherche

Hiermee heeft de politiestructuur in Nederland in de loop van de 19de eeuw haar vorm gekregen: De gemeentepolitiezorg, ressorterend onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, wordt uitgeoefend door de Gemeentepolitie en de Gemeenteveldwacht. De rijkspolitiezorg wordt uitgeoefend door het Korps Rijksveldwacht, onder het ministerie van Justitie, en het Wapen der Koninklijke Marechaussee, dat onder Defensie valt. 

Korps Rijksveldwacht

Ordeverstoringen op het platteland als gevolg van voedselschaarste en vrees voor onrust onder de burgerij door burgerlijke revoluties in het buitenland (De Februarirevolutie in Parijs en de Duitse Vormärz van 1848) zetten de overheid aan tot actiever beleid. Er is dringend behoefte aan meer rijkspolitie en besloten wordt tot de schepping van een landelijk Korps Rijksveldwacht. 

Dit gebeurt in eerste instantie kostenbesparend door commissarissen van Gemeentepolitie een commissie als rijksveldwachter te verlenen en de gerechtsdienaren (vroeger zonder opsporingsbevoegdheid!) en bezoldigde opzichters van jacht en visserij aan te stellen als onbezoldigde rijksveldwachters; een effectieve vermeerdering van de rijkspolitie blijft zo echter uit.