De geschiedenis van de brandweer

In de zestiende eeuw waren brandbestrijders met emmers en brandhaken nog kansloos. Met de komst van de handbrandspuit in de zeventiende eeuw konden branden bedwongen worden. De uitvinding van de stoombrandspuit en de motorbrandspuit gaf de brandweer nog veel meer bluskracht. Technische vernieuwingen en inzichten uit de praktijk veranderen de organisatie van de brandweer.

Tot 1650: Emmers, ladders en brandhaken

Emmers, ladders en brandhaken Vóór de uitvinding van de handbrandspuit bestrijdt men branden met leren emmers, ladders en brandhaken. Branden blussen lukt nauwelijks. De halfvolle emmers water die vanaf ladders over het vuur worden uitgegooid, hebben bijna geen effect. Brandbestrijding betekent vooral: voorkomen dat de brand overslaat op andere gebouwen, die meestal van hout zijn.

Van 1650 tot 1860: Handbrandspuiten

De uitvinding van de handbrandspuit veroorzaakt een grote ommekeer bij de brandbestrijding. Eerst is er midden 17e eeuw de grote handbrandspuit van de Duitser Hautsch. De Amsterdamse uitvinder Jan van der Heijden komt eind 17e eeuw met een aantal sterk verbeterde versies. Voor de ontwikkeling van de brandweer is de uitvinding van de brandslang erg belangrijk. Hiermee kan de brandweer veel beter water op de brand spuiten met de verbeterde pomp die een ononderbroken straal water produceert. Met de kleine mobiele brandspuit van Van der Heijden kan men voor het eerst tamelijk effectief branden bestrijden.

Tot 1860: Brandbestrijding als burgerplicht

De brandbestrijding in steden is vanaf de middeleeuwen een plicht van burgers. Als er brand uitbreekt moeten alle mannen snel met emmers, brandhaken en ladders naar de brand komen. Dat verandert na de uitvinding van de handbrandspuit in de 17e eeuw. De uitvinding van de brandslag betekent een revolutie voor de brandbestrijding. Er zijn dan veel minder burgers nodig die emmers water doorgeven. De nadruk ligt dan op het snel in stelling brengen van de handbrandspuiten. Dat gebeurt onder leiding van brandmeesters. Die dragen opvallende lange gekleurde stokken. Daarmee geven ze het pomptempo aan en slaan ze hinderlijke omstanders weg.

Van 1860 tot nu: Stoombrandspuiten & motorbrandspuiten

De uitvinding van de stoommachine en daarna van de verbrandingsmotor geven de brandbestrijding nieuwe impulsen. In de tweede helft van de 19e eeuw worden de stoombrandspuiten nog door paarden naar de brand getrokken. In de 20e eeuw wordt de stoommachine vervangen door de verbrandingsmotor. Dankzij de stoombrandspuit en de motorbrandspuit kan de brandweer steeds grotere hoeveelheden water in een brand spuiten.

Van 1860 tot 1940: Gemeentebrandweer en innovaties

Vanaf het tweede deel van de 19e eeuw verandert de organisatie van de brandweer sterk, mede door de uitvinding van de stoombrandspuit, de motorbrandspuit en de aanleg van waterleidingen. Er is minder maar beter opgeleid personeel nodig dat sneller en makkelijker bij branden kan komen. De brandweer gebaseerd op burgerplicht wordt vervangen door de vrijwillige brandweer en in sommige gemeentes door een professioneel georganiseerde beroepsbrandweer. De gemeentes worden wettelijk verantwoordelijk voor de brandweer. Dat blijft zo tot de Tweede Wereldoorlog.

Van 1860 tot 1940: Gemeentebrandweer in Amsterdam

Nadat de vrijwillige brandweer van Amsterdam in 1871 hopeloos heeft gefaald bij een brand in het centrum grijpt de gemeente in. Amsterdam krijgt de eerste professionele brandweer van Nederland. De Amsterdamse beroepsbrandweer wordt een voorbeeld voor de rest van Nederland. Wandbord met uitrustingsstukken, conform Algemene dagorder No. 240 van de Amsterdamse brandweer uit 1903. Het sierbord is in 1926 door de Brandweer Amsterdam geschonken aan het Gezelschap Utrechts Brandweer, vanwege diens 75-jarig jubileum.

Van 1940 tot 1945: Brandweer in bezettingstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verandert er veel bij brandweer. De Duitse bezetter vindt dat de Nederlandse brandweer tijdens de Duitse invasie gefaald heeft, bijvoorbeeld bij het bombardement van Rotterdam. De Duitsers centraliseren de organisatie en reorganiseren de vrijwillige brandweerkorpsen tot een beroepsbrandweer. Die krijgt te maken met nieuwe soorten branden, incidenten en rampen die veroorzaakt worden de oorlog, zoals bombardementen.

Van 1945 tot nu: Van gemeentebrandweer tot veiligheidsregio

Na de bevrijding krijgen de gemeentes de brandweer weer onder hun hoede. Midden jaren zeventig begint men de gemeentebrandweer om te vormen in regionale korpsen . Doel is de onderlinge samenwerking te verbeteren bij het bestrijden van rampen en crises. Daarom gaat de brandweer ook samenwerken met de geneeskundige hulpverleningsdiensten in regionale veiligheidsregio’s. Sinds 2010 zijn er in Nederland 25 van deze veiligheidsregio’s.

Van midden 19e eeuw tot nu: Vrijwillige brandweer

De vrijwillige brandweer ontstaat in het midden van de 19e eeuw. Rotterdam kreeg al een vrijwilligerskorps in 1845. In Alkmaar richt de turnvereniging ‘Kracht & Vlugheid’ in 1879 een korps op. De brandspuiten zijn van de gemeente of soms ook van verenigingen of brandverzekeringsmaatschappijen. Om de gezellige kant en de saamhorigheid te stimuleren organiseren brandweerlieden zich in sport-, zang- en toneelverenigingen.

PIT Veiligheidsmuseum

De tentoonstelling is doorlopend te zien in PIT, hét museum voor politie, brandweer en ambulance. Ontdek het heden, verleden en de toekomst van veiligheid via een bijzondere collectie en interactieve games. Het museum is leuk voor jong en oud.

Openingstijden

PIT is open van dinsdag t/m zondag van 11:00 tot 17:00 uur. Schoolvakanties en feestdagen kunnen afwijken. >

Adres en route

PIT museum
Schipperplein 4
1315 SB Almere
(Parkeren in Schippergarage) >

Gemaakt door DagjeWegWijs en Plate.