De geschiedenis van de politie

De politie zit al eeuwenlang complex in elkaar. Het is een lappendeken van onderdelen die onder verschillende Haagse ministeries en de gemeentes vallen. In de 19e eeuw bestaat de politie onder andere uit de gemeenteveldwacht, de gemeentepolitie, de marechaussee en de rijksveldwacht. Na de Tweede Wereldoorlog komt de verdeling tussen gemeentepolitie en rijkspolitie die niet blijkt te werken. Op 1 januari 2013 is daarom de Nationale Politie opgericht.

Tot 1810: Schout, Baljuws en Schutterij

Tot de Fransen onder Napoleon Nederland binnenvallen en inlijven, worden rust en orde gehandhaafd door baljuws, schouten en schoutsdienaren (rakkers). Bij opstootjes en rellen treden schutterijen op.

Van 1810 tot 1830: Gendarmerie

De Fransen vervangen dat systeem door een kleine en centraal geleide politiemacht. Die bestaat uit Gendarmerie, gemeentepolitie in de steden en veldwacht op het platteland. De Fransen bezetters verdwijnen in 1813 uit Nederland, maar het Franse politiemodel blijft.

Van 1814 tot 1940: Gemeentepolitie en -veldwacht

Na het vertrek van de Fransen is er de gemeentepolitie voor grote gemeentes, gemeenteveldwacht voor kleine gemeentes en de Koninklijke Marechaussee in het zuiden van Nederland. De politiemacht wordt echter niet meer centraal geleid. De gemeentes krijgen namelijk hun eigen politie, want grote machtige gemeentes zouden niet bereid zijn om mee te betalen aan een nationale politie. Rotterdam en Amsterdam hebben eind 19e eeuw de meest professionele politie. De beroemdste veldwachter van Nederland wordt Bromsnor, uit de tv-serie Swiebertje.

Van 1814 tot 1940: Koninklijke Marechaussee

De Koninklijke Marechaussee is de opvolger van de Franse Gendarmerie Impériale. Het wordt in tegenstelling tot de gemeentepolitie en gemeenteveldwacht wel centraal vanuit een ministerie geleid, dat van Oorlog. Het bestaat in 1860 uit 370 man. Deze militaire politie krijgt de taken om grenzen te bewaken en op te treden bij rellen en rampen. De marechaussee is eerst voornamelijk beneden de grote rivieren actief. Na de afscheiding van België in 1830 valt een groot werkgebied weg. De Marechaussee krijgt daarna steeds meer taken in andere delen van Nederland toebedeeld.

Van 1814 tot 1940: Rijksveldwacht

Halverwege de 19e eeuw is het onrustig in Europa, in 1848 zijn er veel opstanden en revolutiepogingen. In politiek Den Haag wil aan aantal politici naast de Koninklijke Marechaussee een andere nationale politiemacht om de orde te handhaven, een ‘rijkspolitie.‘ Het ministerie van Justitie wil een eigen landelijke politie. Met veel improviseren en met weinig geld ontstaat in 1858 de rijksveldwacht, die in 1860 ongeveer 650 man telt. De brigades van de rijksveldwacht houden zich in negen districten bezig met misdrijven, jacht, visserij, vreemdelingen en transport van gevangenen.

Van 1940 tot 1945: Politie in bezettingstijd

De Duitse bezetter reorganiseert de Nederlandse politie ingrijpend. De politiemacht wordt gecentraliseerd en vergroot van circa 12.500 naar ruim 20.000 man. Ideologisch wordt de politie naar naar Duitse wensen ingericht. De Duitsers willen af van de verdeelde politiemacht en streven naar de vorming een nationale politie. De marechaussee verliest het predicaat Koninklijk en valt onder het ministerie van Justitie. De rijksveldwacht wordt afgeschaft. De gemeentepolitie wordt naar Duits model ingericht en krijgt een ‘eenheidsuniform.’ De gemeentepolitie is ook buiten eigen gemeentegrenzen inzetbaar, zoals bij het oppakken en uit huizen ophalen van Joden die gedeporteerd worden.

Van 1945 tot 1994: Herverdeling van de politie

Na de Tweede Wereldoorlog draait men de maatregelen van de Duitsers weer terug. De politie wordt gezuiverd en een aantal ministeries verdelen de politie onder elkaar. Er ontstaat een gemeentepolitie die onder het ministerie van Binnenlandse Zaken valt en een rijkspolitie onder het ministerie van Justitie. De afgeslankte marechaussee begint weer als een militaire politie onder het ministerie van Oorlog, maar krijgt in de loop der jaren steeds meer politietaken.

Van 1945 tot 1994: Vrouwen bij de politie

In 1911 gaat Dina Sanson als eerste vrouw bij de Nederlandse politie werken. Ze legt in Rotterdam de basis voor het opzetten van de Jeugd- en Zedenpolitie. Sanson werkt in burgerkleding op het politiebureau. Andere politiekorpsen volgen het voorbeeld van Rotterdam. Het duurt tot de jaren vijftig voor politievrouwen op straat te zien zijn. Voor het eerst gebeurt dat in Heerlen in 1953. De vrouwen houden zich bezig met verkeersveiligheid, de jeugd en zeden. Pas later gaan politievrouwen ook andere taken uitvoeren.

Van 1945 tot 1994: Rijks- en Gemeentepolitie

De naoorlogse strikte scheiding tussen rijkspolitie en gemeentepolitie blijkt onpraktisch te zijn. Beide politiemachten hebben eigen terreinen toegewezen gekregen. Maar bijvoorbeeld op het gebied van criminaliteit en verkeer zijn die lastig af te bakenen. Rijkspolitie en gemeentepolitie werken daarom vaak niet goed samen of langs elkaar heen.

Van 1994 tot nu: Politie en KLPD

Om de problemen tussen rijkspolitie en gemeentepolitie op te lossen komt er in 1994 een nieuwe Politiewet. Nederland wordt in 25 regio’s verdeeld. De rijkspolitie en gemeentepolitie gaan op in deze politieregio`s. Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) zorgt voor de regio-overstijgende taken. Deze structuur houdt geen twintig jaar stand.

Van 2013 tot nu : Nationale Politie

Sinds 1 januari 2013 is er de Nationale Politie die uit een landelijke eenheid, 10 regionale eenheden, lokale basisteams en een Politiedienstencentrum bestaat. Tot de hoofddoelen horen het verminderen van bureaucratie, verbeteren van de onderlinge samenwerking (vooral bij automatisering) en het centraal regelen van zaken als huisvesting, ict, inkoop en personeel. Verder moet de burger makkelijker aangifte kunnen doen.

PIT Veiligheidsmuseum

De tentoonstelling is doorlopend te zien in PIT, hét museum voor politie, brandweer en ambulance. Ontdek het heden, verleden en de toekomst van veiligheid via een bijzondere collectie en interactieve games. Het museum is leuk voor jong en oud.

Openingstijden

PIT is open van dinsdag t/m zondag van 11:00 tot 17:00 uur. Schoolvakanties en feestdagen kunnen afwijken. >

Adres en route

PIT museum
Schipperplein 4
1315 SB Almere
(Parkeren in Schippergarage) >

Gemaakt door DagjeWegWijs en Plate.